averecht
bijv.naamw.
| Uitspraak: | ['avərɛxt] |
| Afbreekpatroon: | ave·recht |
| averecht breien | (breien met de draad aan de voorkant van het breiwerk, waarbij je de rechternaald van achter naar voren door de lus op de linkernaald haalt) `Als je één naald recht breit en dan één naald averecht, krijgt je de zogenaamde tricotsteek.` Antoniem: recht breien |
Spreekwoorden en zegswijzen
•
averechts uitpakken
(=helemaal verkeerd aflopen. Tegengesteld uitpakken)Naar de spreekwoorden2 definities op Encyclo
- 1) Breisteek 2) Breiterm 3) Verkeerd
- verkeerd Jaar van herkomst: 1265-1270 (CG Lut.K )
Toon uitgebreidere definitiesDeze woorden beginnen met averecht:
•
averechtsHerkomst volgens etymologiebank.nl
averecht (verkeerd)Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Hoe spel je averecht?
averecht spel je A V E R E C H T Op andere websites
Zoek averecht in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek averecht op
Google
Zoek averecht op
Woordenlijst.org
Zoek averecht in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek averecht op
Wikipedia