aanrekenen

werkw.
Uitspraak:  ['anrekənə(n)]
Afbreekpatroon:  aan·re·ke·nen
Vervoegingen:  rekende aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft aangerekend (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) iemand de schuld van iets geven
Voorbeeld:  `iemand een fout aanrekenen`
Synoniem:  kwalijk nemen
zwaar aanrekenen  () `spelfouten niet al te zwaar aanrekenen`

2) in rekening brengen
Voorbeeld:  `Artsen die te veel aanrekenen krijgen een boete.`
Synoniem:  laten betalen


Synoniemen
aanwrijven   berispen   beschuldigen   blameren   gispen   iemand iets verwijten   kwalijk nemen   laken   nadragen   verwijten   voorhouden   

1 definitie op Encyclo
  • 1) Voorhouden 2) Verwijten 3) Nadragen 4) Gispen 5) Beschuldigen 6) Laken 7) Schatten op 8) Wijten 9) Kwalijk nemen 10) Blameren 11) Beschouwen als 12) Berispen 13) Aanwrijven
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van aanrekenen?
De verleden tijd van aanrekenen is 'rekende aan'. Het voltooid deelwoord is 'heeft aangerekend'.
Wat betekent aanrekenen?
'iemand de schuld van iets geven' en 'in rekening brengen'
Hoe spel je aanrekenen?
aanrekenen spel je A A N R E K E N E N
Wat is een ander woord voor aanrekenen?
Andere woorden voor aanrekenen zijn aanwrijven, berispen, beschuldigen, blameren, gispen, iemand iets verwijten, kwalijk nemen, laken, nadragen, verwijten en voorhouden.

Op andere websites
Zoek aanrekenen in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek aanrekenen op Google
Zoek aanrekenen op Woordenlijst.org
Zoek aanrekenen in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek aanrekenen op Wikipedia