aanleunen

werkw.
Uitspraak:  ['anlønə(n)]
Afbreekpatroon:  aan·leu·nen
Vervoegingen:  leunde aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft aangeleund (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) tegen iets of iemand leunen
Voorbeeld:  `dicht tegen je liefje aanleunen`

2) aansluiten bij (iets)
Voorbeelden:  `een dieet dat het beste aanleunt tegen jouw doel`,
`oefeningen die sterk aanleunen bij die gedragstherapie`

3)
zich iets laten aanleunen  (niets doen tegen (iets)) `je de aantasting van je privacy laten aanleunen`


Synoniemen
leunen tegen   zich laten welgevallen   

Spreekwoorden en zegswijzen
• je iets laten aanleunen (=je iets laten welgevallen)
Naar de spreekwoorden

1 definitie op Encyclo
  • 1) Rusten tegen 2) Zich iets laten welgevallen 3) Steunen op
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van aanleunen?
De verleden tijd van aanleunen is 'leunde aan'. Het voltooid deelwoord is 'heeft aangeleund'.
Wat betekent aanleunen?
'tegen iets of iemand leunen' en 'aansluiten bij (iets)' en ''
Hoe spel je aanleunen?
aanleunen spel je A A N L E U N E N
Wat is een ander woord voor aanleunen?
Andere woorden voor aanleunen zijn leunen tegen en zich laten welgevallen.

Op andere websites
Zoek aanleunen op Woordenlijst.org
Zoek aanleunen op Google
Zoek aanleunen op Wikipedia