20 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `dij`
- aan de dijk zetten (=ontslaan)
- achter de gordijntjes smullen (=in stilte opeten)
- dat zet geen zoden aan de dijk (=dat is geen bijdrage van serieuze betekenis)
- de kat in de gordijnen jagen (=iemand goed kwaad maken)
- een dijk van een baan (=een geweldige baan)
- eten als een dijker. (=onbeschoft veel eten.)
- geen aarde aan de dijk zetten (=niet helpen)
- geen zoden aan de dijk brengen/zetten (=niets bijdragen tot)
- gestolen goed gedijt niet (=gestolen zaken brengen nooit voordeel)
- het mijn en het dijn (=het mijne en het uwe)
- het verschil tussen mijn en dijn niet kennen (=stelen)
- het water komt op de dijk. (=de tranen komen op)
- iemand aan de dijk zetten (=iemand ontslaan)
- in de gordijnen klimmen (=boos worden)
- je onder het juk der dwingelandij krommen (=onderworpen zijn)
- onder het Caudijnse juk moeten doorgaan (=vernederd worden)
- oude paarden jaagt men aan de dijk (=als men zijn taak niet goed meer aankan, wordt men ontslagen)
- spijers zijn dijers (=ook baby`s die spuwen worden wel groot)
- zoden aan de dijk zetten (=daadwerkelijk hulp verschaffen)
- zonder mijn en dijn zou de wereld hemels zijn (=jaloezie en hebzucht maken de wereld een stuk minder fraai)
2 betekenissen bevatten `dij`
- je met iemand meten (=met iemand wedijveren)
- snoeien doet bloeien. (=tijdelijke opofferingen zijn nodig om op de lange termijn te kunnen gedijen en bloeien)
50 dialectgezegden bevatten `dij`
- 'k lus dij wel rauw (=kom maar op, ik ben niet bang voor jou) (Westerkwartiers)
- 'k zal dij 'es 'n oplawiebes verkoop'm (=ik zal jou eens een beste klap geven) (Westerkwartiers)
- 'k zal dij d'r uut benzeln (=ik zal jou eruit gooien) (Westerkwartiers)
- ' k heb met dij gien medelied' n (=jij redt je wel!!) (Westerkwartiers)
- ' t stijt aal' moal pankloar veur dij (=we hebben alles goed voor jou voorbereid) (Westerkwartiers)
- aargens beter ofkommen as Okke Kluun, dij mos hangen (=geluk hebben, aan ongeluk ontsnapt zijn) (Gronings)
- Da doet de dij toe (=Dat is er over) (Rotselaars)
- da's veur dij 'n thuuswedstried (=da's lekker dichtbij voor jou) (Westerkwartiers)
- da' s veur dij ' n vroag en veur mij ' n wiet (=wat jij graag wilt weten weet ik) (Westerkwartiers)
- dat bloeske stijt dij jinteg (=dat bloesje staat je vlot) (Westerkwartiers)
- dat geef ik dij op ' n briefke (=daar sta ik borg voor) (Westerkwartiers)
- dat is dij van harte gund (=gunnen - dat is je van harte gegund) (Westerkwartiers)
- dat is gloep'mstes maal veur dij (=dat is heel naar voor jou) (Westerkwartiers)
- dat zal dij nog zuur opbreek'n (=daar krijg je nog spijt van) (Westerkwartiers)
- dè / dij hêt onder de duezedrup gestane (=hij / zij is altijd klein gebleven) (Zichers)
- dè / dij kalt dich e koet in de kop (=hij / zij spreekt veel te veel) (Zichers)
- de roav'm zall'n dij gien stuut breng'n (=je moet wat doen voor je geld) (Westerkwartiers)
- die jurk steit dij jinteg (=die jurk staat jou vlot) (Westerkwartiers)
- dij het n kop as n almenak. (=Iemand die veel onthouden kan.) (Gronings)
- dij het n leben as n loes op n zere kop. (=Hij heeft een luizeleven.) (Gronings)
- dij het zo drok as hounder veur Poasen (=Iemand die heel druk bezig is.) (Gronings)
- dij het zog zulf veur kaaste scheetn (=eigenschuld) (gronings)
- dij ien 't zwit joag'n (=je afbeulen) (Westerkwartiers)
- dij is zo zat as n tieke. (=Iemand die helemaal volgegeten is.) (Gronings)
- dij zok swieneringen aannemt mout zok gierend getroosten (=wie zijn gat verbrandt moet op de blaren zitten) (Gronings)
- doar stoa ik dij börg veur (=dat verzeker ik jou) (Westerkwartiers)
- doe moest dij doodschoam'm (=jij moet je doodschamen) (Westerkwartiers)
- hij belooft dij gold'n baarg'n (=hij hangt je een worst voor) (Westerkwartiers)
- hij wil dij geld uut de buus klopp'n (=hij wil jou geld afhandig maken) (Westerkwartiers)
- ik gon 't eev'm veur dij noazien (=ik ga het even voor jou controleren) (Westerkwartiers)
- ik heb 'n hekel an dij (=ik vind jou een naar persoon) (Westerkwartiers)
- ik hew dij lang niet sien (=ik heb je lang niet gezien) (Bildts)
- ik krieg dij wel klein!! (=ik krijg jou wel in het gareel!!) (Westerkwartiers)
- ik lust dij wel!! (=ik ben niet bang voor jou!) (Westerkwartiers)
- ik maag dij groag lied'n (=ik mag je graag) (Westerkwartiers)
- ik maag dij wel (=ik hou van jou) (Westerkwartiers)
- ik maag dij wel lied'n (=ik mag jou wel) (Westerkwartiers)
- ik ontroad dij dat (=ik raad jou dat niet aan) (Westerkwartiers)
- ik zal dij 'n oplawiebes verkoop'n (=ik zal jou slaan) (Westerkwartiers)
- ik zal dij de hond aanhiez'n (=ik zal je bangmaken met de hond) (Westerkwartiers)
- ik zal dij de navvel es uutvrutt'n (=ik zal jou eens onder handen nemen) (Westerkwartiers)
- ik zal dij mats'n (=ik zal jou door de vingers zien) (Westerkwartiers)
- ik zal dij uut de dreum help'n (=ik zal het jou even duidelijk maken) (Westerkwartiers)
- kiek noar dij zelf!! (=kijk naar jezelf!!) (Westerkwartiers)
- klee dij niet uut veur das't op berre gijst (=geef je oude spullen niet weg voordat je nieuwe hebt) (Westerkwartiers)
- kleed dij niet uut veurdas' t noar berre gijst (=geef niet alles bij voorbaat al weg) (Westerkwartiers)
- leg dij doar moar bij del (=leg je daar maar bij neer) (Westerkwartiers)
- loat dij moar niks wiesmoak'n (=laat je maar niet iets op de mouw spelden) (Westerkwartiers)
- loat dij niet onner 't moes stopp'm (=laat je niet overvleugelen) (Westerkwartiers)
- loat dij niet onner 't moes stopp'n (=laat je niet koeieneren) (Westerkwartiers)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen